Brexit: Intermezzo

215410269-82b91082-758e-4ec8-83fc-bb838c549072

Click here for English

31 Januari was het dan eindelijk zo ver, ruim drie jaar na het beruchte referendum verliet het Verenigd Koninkrijk (VK) de Europese Unie (EU). Het VK is hiermee de zogenaamde “transitieperiode” ingegaan, durende tot het einde van dit jaar, waarbij ze nog steeds Europese regelgeving en vrijhandel met het continent ondervindt. Binnen deze korte periode zal Johnson een deal proberen te smeden met de Europese Unie, iets wat in de afgelopen drie jaar niet gelukt is. De deal die Johnson nu onderhandelt met de EU toont grote gelijkenis met die van May. De enige significante verandering is een verplaatsing van de handels grens van tussen Noord-Ierland (onderdeel VK) en Ierland (lid van EU), naar tussen Groot Brittannië en Noord-Ierland. Hiermee wordt een harde grens tussen Noord-Ierland en Ierland ontlopen. Het VK wil een harde grens kosten wat het kost voorkomen omdat het mogelijk de achtergelaten spanningen van “The Troubles”, een conflict tussen Ierse nationalisten en pro-Britse groeperingen, weer kan doen opwaaien.

Niet geheel verrassend verwachten economen dat de Brexit een negatieve impact gaat hebben op de Europese en in het bijzonder Nederlandse economie (het VK is een relatief grote handelspartner van ons). Het argument is simpel: instellen van tarieven wordt (deels) doorberekend in de prijs die consumenten betalen. Dit resulteert dus in een impliciete prijsstijging voor consumenten in GB en de EU. Als gevolg zal de consumptie van geïmporteerde goederen dalen. Oftewel productie (BBP) zal voor beide partijen krimpen omdat consumptie van geëxporteerde goederen afneemt door impliciete prijsstijgingen. Naast de krimp in productie, zullen de verliezen in zowel consumenten- als producenten surplus natuurlijk sociale welvaart doen dalen.

Daarnaast zullen er niet-tarifaire obstakels opgeworpen worden, zoals de vertraging van transport bij de douane en andere tijdrovende en dure procedures door verschillende regelgeving. Dit zijn de facto toenemende transactiekosten en zullen handel en export nog verder drukken. Deze barrières zullen ook hun stempel drukken op arbeidsmobiliteit, resulterend in minder efficiënte allocatie van arbeid (en productie).

Toch zijn er ook zeker voordelen voor de Nederlandse economie op korte termijn. Zo zijn er rond de 140 “Brexit-bedrijven” die sinds het Referendum in 2016 het Verenigd Koninkrijk voor Nederland hebben verruild, die samen goed zijn voor bij elkaar opgeteld bijna 380 miljoen aan investeringen. In totaal  nemen deze bedrijven en andere instellingen 4216 veelal hoogwaardige banen mee, althans schattingen van de Netherlands Foreign Investment Agency. Een grote vangst voor Nederland is hierin de komst van het Europese Medicijnenagentschap, welke verwacht wordt (direct en indirect) 1500 hoogwaardige banen op te leveren. Deze Brexit-Bedrijven hebben bij het overzetten van hun hoofdkantoor Brexit-gerelateerde redenen opgegeven. De voornaamste aangegeven reden voor verplaatsing door bedrijven is het risico van een no-deal Brexit. Maar ook verwachte vertragingen door grenscontroles (non-tarifaire barrières) en tijdrovende procedures wanneer ze de Europese markt willen bedienen spelen een grote rol. Hoewel dit gebeuren nu dus een mooie stimulus is voor de Nederlandse economie zullen deze voordelen waarschijnlijk niet opwegen tegen het verloren handelsvolume.

 

Door: Joris Hoefnagel