Dividendbelasting, de slag om het hoofdkantoor

Het afschaffen van de dividendbelasting houdt het politieke debat in Nederland de laatste weken in haar greep. Tegenstanders spreken van een ‘cadeautje van €1,4 miljard’ aan grote multinationals, terwijl de voorstanders menen dat het een absoluut noodzakelijke maatregel is om grote bedrijven zoals Shell en Unilever hier te behouden. Het debat heeft een ontzettend polariserende werking: het hele linkse spectrum van de politiek is tegen, rechts is voor. Hoe zit het nu precies en wie heeft er gelijk?

Dividendbelasting: Hoe zat het ook alweer?

Dividendbelasting is de belasting die moet worden betaald over de winstuitkeringen van bedrijven. Wanneer je aandelen bezit en hierover dividend ontvangt, betaal je over dit bedrag 15% belasting. Dit geldt voor alle dividenduitkeringen die Nederlanders ontvangen, maar ook voor buitenlandse investeerders die in Nederlandse bedrijven investeren. Maar, de Nederlandse belastingbetaler mag de betaalde belasting verrekenen met haar inkomstenbelasting, waardoor effectief geen enkele Nederlander dividendbelasting betaalt. Ook voor buitenlandse bedrijven gelden dit soort uitzonderingsregels. Met ieder ander westers land heeft Nederland een verdrag gesloten zodat bedrijven vrijwel nooit dividendbelasting hoeven te betalen. Maar wie betaalt dan die €1,4 miljard aan dividendbelasting? Dat zijn buitenlandse particuliere investeerders.

Als particuliere investeerder ben je afhankelijk van het belastingverdrag dat gesloten is met de Nederlandse overheid. Inwoners van de Verenigde Staten betalen bijvoorbeeld 30% dividendbelasting. Maar, wanneer ze in Nederland al 15% belasting hebben betaald, hoeven ze ‘thuis’ ook nog maar de overige 15% te betalen. Het afschaffen van dividendbelasting in Nederland betekent in dit geval dat Amerikaanse beleggers 30% betalen aan de eigen overheid, in plaats van de helft aan Nederland. Andere landen hebben een vrijstellingsverdrag met Nederland, zij heffen zelf geen belasting op dividenden uit Nederland. Beleggers uit deze landen, zoals België, krijgen inderdaad een ‘cadeautje’ van de Nederlandse overheid als wij de belasting schrappen.

Eigenlijk is dus iedereen gebaat bij ons lage tarief op dividendbelasting. Als inwoner van de Verenigde Staten. maakt het niets uit, want uiteindelijk wordt er toch 30% betaald aan de Amerikaanse staat. Als inwoner van België betaal je het Nederlandse tarief van 15%, in plaats van de 25% die België vraagt. Maar, de Britse regering heeft geen goede belastingdeal met Nederland. Inwoners van het Verenigd Koninkrijk betalen zelfs met het verdrag ongeveer 10% dividendbelasting op Nederlandse dividenden. Terwijl voor dividenden uit het Verenigd Koninkrijk een tarief van 0% wordt gehanteerd. Juist de Brits-Nederlandse bedrijven zoals Shell en Unilever hebben hard gelobbyd voor het afschaffen van de dividendbelasting. Zij dreigen om het hoofdkantoor te verplaatsen naar Londen, waar geen dividendbelasting wordt geheven.

Managementervaring en spill-over effecten

De voorstanders vinden het behoudt van de bedrijven met veel Engelse aandeelhouders in Nederland erg belangrijk, een begrijpelijke gedachtegang. Han Dirk Hekking (Financieel Dagblad) schreef een pleidooi voor het afschaffen van de dividendbelasting, omdat het jong Nederlands talent de kans biedt managementervaring op te doen bij multinationals zoals Shell en Unilever. Deze ervaring stroomt uiteindelijk door naar andere Nederlandse bedrijven, waardoor de Nederlandse industrie en het MKB hier indirect van mee profiteert. Bovendien zijn universiteiten, onderzoeksinstituten en consultingfirma’s enorm gebaat bij de uitgaven van het topmanagement van desbetreffende multinationals. De TU Delft doet bijvoorbeeld ontzettend veel onderzoek in opdracht van Shell. Het nadeel van deze argumenten is dat ze moeilijk te kwantificeren zijn en vaak slechts anekdotisch. Zoals premier Rutte ook verklaarde dat hij na gesprekken multinationals ‘tot in het diepst van zijn vezels voelde’ dat we hun hoofdkantoren in Nederland moesten houden.

Economen

Exemplarisch voor de anekdotische kwaliteit van de argumentatie om dividendbelasting af te schaffen was het uitblijven van een overtuigd antwoord van onze premier in de parlementaire discussie aangaande dit dossier. De vraag van PvdA-leider Lodewijk Asscher om drie economen te noemen die zijn pleidooi voor afschaffing van de dividendbelasting ondersteunen blijft tot op heden onbeantwoord.

Er is wel degelijk economische analyse uitgevoerd op dit dossier. Bas Jacobs (2017), hoogleraar Publieke Financiën aan de Erasmus Universiteit, noemt drie condities waaraan voldaan moet worden om deze beleidsmaatregel daadwerkelijk positief effect te laten hebben op het Nederlandse vestigingsklimaat.

Ten eerste zou er geen sprake moeten zijn van een perfect geïntegreerde internationale markt. Het bruto dividend is een vergoeding voor het houden van aandelen, in een perfect geïntegreerde internationale markt zouden bedrijven zoeken naar financiering van aandeelhouders met het laagste netto dividend. Deze vragen immers de laagste vergoeding met de internationale financiële markt in het perspectief. In het geval van Nederlandse bedrijven zouden dit bijvoorbeeld Nederlandse aandeelhouders zijn, gezien zij de belasting kunnen verrekenen en voor hen geen verschil bestaat tussen bruto en netto dividend. Tegenover het verlies van buitenlandse aandeelhouders met een groter verschil tussen bruto en netto dividend staat de mogelijkheid om op andere manier geld op te halen via de perfect geïntegreerde internationale markt. Dit zou de financieringskosten niet moeten verhogen.

De tweede door Jacobs genoemde conditie is dat er geen internationale belastingverdragen met de Nederlandse overheid zouden moeten bestaan. Mocht er geen perfect geïntegreerde internationale markt zijn dan is deze conditie van belang, aangezien de dividendbelasting dan het resultaat van een verhoging in de financieringskosten voor in Nederland gevestigde bedrijven zou zorgen. Zoals eerder gezegd laat de realiteit namelijk zien dat de Nederlandse overheid afspraken met andere landen maakt om de belasting te verrekenen, dit geldt voor zowel particulieren als bedrijven. Het blijkt dat dit alleen problemen lijkt op te leveren voor het Verenigd Koninkrijk en belastingparadijzen (als je geen belasting betaalt valt er vaak minder te verrekenen).

De laatste conditie houdt in dat bedrijven alle investeringen zouden financieren met aandelen. Volledige aandelenfinanciering zou betekenen dat het voldoen aan bovenstaande condities een negatief effect heeft op investeringen in de Nederlandse economie door hier gevestigde multinationals, zij moeten rekening houden met hogere financieringskosten. De vraag is of dit het geval is. Vindt financiering volledig plaats uit aandelenemissie of zijn ingehouden winsten de grootste factor? Indien het laatste het geval is heeft de dividendbelasting alsnog geen negatief economisch effect.

Brittania rules the waves

De analyse van Jacobs volgende lijkt het zeer onwaarschijnlijk dat de afschaffing van de dividendbelasting andere positieve effecten zal hebben dan het stimuleren van de overheidsbegroting van belangrijke handelspartners van de Nederlandse aandelenmarkt. Kijkend naar de genoemde argumenten in het debat lijkt dit het enige argument met analytische diepgang. Argumenten voor afschaffen lijken met name gestuurd door het belang voor de Britse aandeelhouder. Vervolgvraag zou kunnen zijn of de Nederlandse overheid vaker beslissing neemt met deze motivatie. Tot dusver lijken in ieder geval de oppositiepartijen in de Tweede Kamer het gelijk aan hun kant te hebben.

Referenties

Jacobs, B. (2017). Blind Gokken met de Dividendbelasting. Retrieved from https://personal.eur.nl/bjacobs/dividend.pdf

Door: Jesse Tielens, Yannick Jorna