Economic Ideas, Policy and National Culture: A comparison of three market economies – Eelke de Jong

Ontwerp zonder titel(21)

Economic Ideas, Policy and National Culture: A comparison of three market economies

Door hoogleraar Eelke de Jong

Mensen moeten beslissingen nemen terwijl ze de gevolgen niet helemaal kennen. De wereld is complex en de cognitieve capaciteiten van mensen zijn beperkt, zodat ze niet een breed scala aan mogelijkheden kunnen overwegen. Daarom gebruiken mensen frames en heuristieken en kijken ze naar de reacties van anderen om tot een besluit te komen. Vaak zijn deze heuristieken en voorkeuren vergelijkbaar bij een groep mensen. De mentale modellen die een groep mensen gemeen hebben, worden mentale frames of wereldbeelden genoemd. Nationale cultuur is het mentale model waarvan wordt aangenomen dat het gebruikelijk is onder inwoners van een land (natie).

In ons curriculum economie houden we rekening met deze opvattingen over economisch gedrag. Cursussen zoals ‘Behavioral Economics’ en ‘Behavioral Finance’ richten zich op het daadwerkelijke gedrag van individuen. De masteropleiding ‘Culture and Institutions’ richt zich op de relaties tussen dominante voorkeuren binnen een land, juridische instellingen en het gedrag van individuen en groepen. Ons programma onderscheidt zich doordat het meer op deze gedragsbenaderingen is gericht dan veel andere programma's in de economie. Op deze manier hopen we een beter zicht te krijgen op het daadwerkelijke gedrag van mensen en groepen en zo beter toegerust te zijn om dit gedrag te verklaren en te voorspellen.

Hoe geavanceerd deze benaderingen ook zijn, men ziet academici nog steeds als de buitenstaanders, de onpartijdige waarnemers. Economen zijn echter mensen en dus onderhevig aan dezelfde vooroordelen als andere mensen. Als bijgevolg worden economische ideeën beïnvloed door dezelfde factoren als de ideeën van andere mensen: politici en gewone mensen. Dit idee van een gemeenschappelijke trend in de geloofssystemen van academische economen, politici en leken vormt het thema van het boek "Economic Ideas, Policy and National Culture: A comparison of three market economies". Dit boek vergelijkt de ideeën van economen over een markteconomie, de voorkeuren van leken en het beleid in de Verenigde Staten, Duitsland en Frankrijk.

De Verenigde Staten van Amerika vertegenwoordigen de vrijemarkteconomie. Aanhangers van de vrije markt zien concurrentie als een manier waarop individuen kunnen worden bevrijd. Mensen worden beoordeeld op hun vermogen om een bepaalde taak uit te voeren en worden niet langer geketend door hun ras of etniciteit. De bevolking in het algemeen is zeer individualistisch en het beleid is erop gericht de concurrentie te vergroten. Toen in de jaren dertig een diepe recessie de economie trof, moesten regels worden ingevoerd om 'ruïneuze concurrentie' te voorkomen. Maar toch werden deze regels gezien als een manier om eerlijke concurrentie te redden. Dat concurrentie kan leiden tot een hoge mate van ongelijkheid in inkomen en vermogen wordt als een feit aanvaard. Ongelijkheid wordt pas als een probleem beschouwd als deze erg groot wordt.

Ordoliberalisme is de dominante economische theorie in het naoorlogse Duitsland. De ontwikkeling begint in 1933 toen Hitler aan de macht kwam en is een reactie op de gecentraliseerde en onvrije economie onder het naziregime. Het deelt met de vrijemarkteconomen de prioriteit die wordt gehecht aan individuele vrijheid en welvaart. Markt en concurrentie worden gezien als een structuur om de macht van de overheid en van grote bedrijven in te perken. Duitse mensen respecteren de behoeften van het individu, maar zijn minder individualistisch dan Amerikanen. Heel belangrijk is de relatief hoge score op Onzekerheidsvermijding en de houding om onzekerheid te verminderen door zich aan regels te houden. Het beleid is marktgericht, maar beperkt de concurrentie meer dan die in de Verenigde Staten.

Voor de Tweede Wereldoorlog was Frankrijk meer een vrije markt dan veel andere landen. Na deze oorlog ontstond er een sterk gecentraliseerd systeem waarin gekozen functionarissen, met name de president, een dominante rol spelen. Economische ingenieurs ontwikkelden modellen die vrije markten vertegenwoordigen. De resultaten van hun analyses werden gebruikt om advies te geven voor het vaststellen van prijzen door overheidsinstanties alsof er een vrije markt zou zijn. De dominante positie van enkelen weerspiegelt de hoge mate van acceptatie van verschillen in macht en rijkdom onder de bevolking.

De belangrijkste boodschap van het boek is dat binnen een natie één visie de ideeën van academici, leken en politici domineert. Deze visie bepaalt de interpretatie van recente gebeurtenissen door de meerderheid van de betrokken agenten.

 

Noot: Het boek “Economic Ideas, Policy and National Culture: A comparison of three market economies” onder redactie van Eelke de Jong wordt uitgegeven door Routledge. Het bevat bijdragen van Ivan Boldyrev, Iwan Bos, Rosolino A. Candela, Roland Fritz, Nils Goldschmidt, Annemiek Schilpzand en Eelke de Jong. Het onderzoek wordt gefinancierd door de Templeton World Charity Foundation.

 

Woord van dank

Eénmaal per maand wordt er een artikel gepubliceerd dat is geschreven door één van onze docenten economie van de Radboud Universiteit. We waarderen de bijdrage van de afdeling enorm. Deze maand danken we Eelke de Jong, hoogleraar in Internationale economie, voor zijn artikel over het boek 'Economic Ideas, Policy and National Culture: A comparison of three market economies'.