Einde opkoopbeleid van de ECB in zicht

Vanavond vindt voor de tweedejaars economie studenten het tentamen International Economics plaats. De studenten zullen zich buigen over complexe economische vraagstukken, waaronder bijvoorbeeld het effect van veranderingen in het monetaire beleid van centrale banken. Toeval of niet, afgelopen donderdag tijdens de maandelijkse vergadering heeft de Europese Centrale Bank (ECB) een dergelijke beleidsverandering aangekondigd. Het opkoopprogramma van de ECB wordt namelijk per 2018 gehalveerd en de rentestanden blijven voorlopig ongewijzigd. Wat zijn de macro-economische effecten van deze beleidsveranderingen en hoe reageerden de financiële markten op dit besluit? Dit artikel geeft antwoord op vragen die zomaar eens in het tentamen International Economics voor kunnen komen.

In maart 2015 startte de Europese Centrale Bank met een monetair verruimingsbeleid door middel van een grootschalig opkoopprogramma. Maandelijks zou er voor 60 miljard euro aan staatsleningen en bedrijfsobligaties worden opgekocht door de ECB. Een belangrijke aanleiding van het opkoopprogramma was de kredietcrisis die leidde tot lage inflatie, mede door vraaguitval bij consumenten en een gebrek aan investeringen door bedrijven. Het opkopen van obligaties zou er voor moeten zorgen dat commerciële banken nieuwe obligaties tegen lagere rentes konden verkopen. Banken zouden deze lage leentarieven weer kunnen afwentelen op consumenten en bedrijven. Met als gevolg een verhoogde groei in de eurozone, lagere werkloosheid en als belangrijkste doel van de ECB een stijgende inflatie.

Het omvangrijke opkoopbeleid leidde door de jaren heen tot kritiek onder economen. Critici benadrukten bijvoorbeeld dat het opkoopprogramma kan leiden tot een zeepbeleconomie en dat het opkopen van bedrijfsobligaties niet binnen het mandaat van de centrale bank zou vallen. In Duitsland werd er om deze reden zelfs een rechtszaak gestart tegen de ECB. Daarnaast heeft de ECB al ongeveer 2 biljoen aan obligaties opgekocht en is de inflatie in de eurozone nog niet opgelopen tot de doelstelling van 2 procent. Echter, sinds de start van het opkoopbeleid is deflatie voorkomen en het prijspeil wel degelijk gestegen. Daarnaast wordt er voor komend jaar een economische groei van 2,2 procent voorspeld en daalt de werkloosheid in de eurozone. Volgens Draghi heeft het monetair verruimingsbeleid zelfs gezorgd voor meer dan zeven miljoen banen in vier jaar. De verbeterde economische vooruitzichten en het gedaalde risico op deflatie zorgen ervoor dat het opkoopprogramma minder noodzakelijk wordt en uiteindelijk misschien wel overbodig. Dit zijn redenen voor de ECB om het programma vanaf januari 2018 af te bouwen van een maandelijks bedrag van 60 miljard euro tot 30 miljard euro aan obligaties. Naar verwachting zal er in september 2018 zelfs een volledig einde komen aan het opkoopbeleid van de ECB.

Deze aankondiging van Draghi tijdens de beleidsvergadering leidde niet tot grote bewegingen op de financiële markten. Naar waarschijnlijkheid doordat veel beleggers al speculeerden over de toekomstige monetaire beleidsverandering. Beurzen in Europa, waaronder de AEX, ervaarden een lichte stijging. Deze stijging is in lijn met de tevredenheid onder beleggers wat betreft de afbouw van het opkoopprogramma. Verder daalde de rente op Europese staatsobligaties met een klein percentage en daalde de eurokoers onder de $1,17. Draghi concludeerde tijdens de persconferentie over de monetaire verandering dat hij tevreden was met deze ‘gematigde’ marktreactie en dat deze reactie deels is te danken aan de goede communicatie van de ECB.

Tijdens de beleidsvergadering werd ook vastgesteld dat de rentestanden van de ECB voorlopig ongewijzigd blijven. Banken kunnen geld lenen tegen een rentepercentage van 0 procent en kunnen geld stallen bij de ECB tegen -0,4 procent. De negatieve rentestand betekent dat banken extra geld moeten betalen aan de ECB als ze geen gebruik willen maken van kapitaal en dus geld oppotten. De ECB wil hiermee bereiken dat banken geld spenderen en goedkoop uitlenen aan bedrijven en consumenten.

De president van De Nederlandsche Bank, Klaas Knot, is in ieder geval blij met de afbouw van het opkoopprogramma. In een toespraak in Brussel zei hij dat de belangrijkste rechtvaardiging van schuldaankopen door de centrale bank is verdwenen, namelijk deflatie. Eind september 2018 wordt het einde van het opkoopprogramma van de ECB verwacht. Echter, de ECB plaatst direct al een cruciale kanttekening: in het geval van verslechterde economische ontwikkelingen wordt het monetaire verruimingsbeleid herzien en daarmee is het einde van het opkoopbeleid van de Europese Centrale Bank nog niet definitief in zicht.

Door: Anna Wesselink