Elinor Ostrom, de vrouw achter het gebouw

Elinor Ostrom, de vrouw achter het gebouw

Deze maandag na de tentamens staat voor velen in het teken van een frisse start aan een nieuw semester. Alleen op weg naar de collegezaal is er een klein verschil, de faculteit der Managementwetenschappen is namelijk de afgelopen maand verhuisd naar een nieuw gebouw. De universiteit heeft besloten om dit moderne nieuwe gebouw te vernoemen naar Elinor Ostrom, maar wie is zij nou eigenlijk en waarom is het gebouw naar haar vernoemd?

Beginnend bij het begin: Elinor Ostrom (1933-2012) werd geboren in Los Angeles en groeide op in een eenvoudig gezin. Ze bleek goed te kunnen leren, maar kon niet aan een economische opleiding beginnen, omdat ze op de middelbare school geen wiskunde had mogen volgen. Aan de University of California Los Angeles heeft ze de politicologie opleiding gevolgd en in 1965 heeft ze aan dezelfde universiteit ook haar PhD afgerond. Hierna heeft ze les gegeven aan verschillende andere universiteiten in de Verenigde Staten, waaronder Indiana University.

Haar onderzoeken waren met name gefocust op de combinatie van economie, politicologie, antropologie en psychologie: een interdisciplinaire benadering van de maatschappij. Deze invalshoek gebruikte zij vooral in het bestuderen van “commons”. Dit zijn gemeenschappelijke ruimtes of goederen, bijvoorbeeld water waaruit vis kan worden gevangen, bossen en weiden. Ostrom bestudeerde hoe kleine gemeenschappen omgingen met deze ruimtes en vond dat de commons niet overvloedig werden gebruikt en niet op lange termijn vernietigd werden, wat men toen wel dacht. Mensen bleken samen te werken en regels op te stellen over het gebruik van de commons. Elinor Ostrom kwam hierbij tot acht principes voor het gebruik van commons:

  1. Stel duidelijke grenzen.
  2. Stem de regels van het gebruik van commons af op de lokale behoeften en voorwaarden.
  3. Degenen die zich aan de regels moeten houden, moeten ook inspraak hebben op de regels.
  4. Degenen die de regels maken moeten gerespecteerd worden door derden.
  5. Er is een systeem nodig voor het monitoren van het gedrag van de gebruikers.
  6. Gebruik verschillende gradaties van straffen voor het overtreden van regels.
  7. Er zijn toegankelijke en goedkope mogelijkheden nodig voor het oplossen van ruzies.
  8. Iedereen in alle lagen van de gemeenschap moet zich verantwoordelijk voelen voor de commons.

Uitvergroot naar een hele samenleving roept dit onderzoeksvragen op. Deze gaan over het bestaan van instituties en wie bepaalde zaken regelt, de overheid of de samenleving zelf. Dit is in onze huidige samenleving nog steeds relevant.

Voor deze bijdrage in ‘de analyse voor economisch bestuur, en met name de commons’ ontving Elinor Ostrom in 2009 samen met Oliver Williamson de Nobel Memorial Prize in Economics. Ze kwam op tegen de heersende opvatting over commons en toonde aan dat deze onjuist was. Hiermee was Elinor Ostrom de eerste vrouw die een Nobelprijs won in de economische wetenschap.

Er is een aantal redenen dat de universiteit het nieuwe gebouw van de faculteit der managementwetenschappen naar Elinor Ostrom heeft vernoemd. Als eerste om de gelijke kansen voor mannen en vrouwen te benadrukken. Elinor kon in eerste instantie niet de opleiding volgen die ze had gewild, maar is er toch in geslaagd om belangrijke maatschappelijke impact achter te laten in de maatschappij, waarvoor zij zelfs als eerste vrouw een Nobelprijs voor de economie ontving. Ten tweede is haar werk vandaag de dag nog steeds relevant in discussies over natuurlijke grondstoffen, de publieke ruimte en de toekomst van onze planeet. Het gebouw is dan ook voorzien van enkele duurzame aspecten als zonnepanelen, ledverlichting en verschillende prullenbakken voor afvalscheiding. Als laatste is het interdisciplinaire aspect van Elinor Ostroms onderzoek een belangrijke factor geweest, omdat de faculteit der managementwetenschappen verschillende studies kent die allemaal hun eigen invalshoek hebben, welke Ostrom in haar onderzoek heeft weten te combineren. Hopelijk is dit ook te merken wanneer je zelf in het gebouw rondloopt op zoek naar de juiste collegezaal.

Door: Kelly van Eert