Het leenstelsel: belofte maakt schuld – Charan van Krevel

RIJSWIJK - Het omzetten van de studiebeurs in een sociaal leenstelsel voor studenten is een van de bezuinigingsvoorstellen. In aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen op 9 juni presenteren de verschillende politieke partijen hun verkiezingsprogramma, waarbij rekening wordt gehouden met forse ingrepen. Het kabinet heeft vorig jaar ambtenaren gevraagd te zoeken naar mogelijkheden om structureel 35 miljard euro te bezuinigen. 
ANP  XTRA LEX VAN LIESHOUT

Het leenstelsel: belofte maakt schuld

Door docent Charan van Krevel

Met de aanstaande Tweede Kamerverkiezingen om de hoek begint de kritiek op het huidige studiefinancieringssysteem aan te zwellen. Het huidige leenstelsel verving in 2015 de basisbeurs met als gevolg dat een afgeronde studie nu geen gift, maar een forse lening bij de overheid oplevert voor bijna elke student. Is dit nieuwe stelsel achteraf gezien wel wenselijk? En zo niet, wat kun jij als student er aan doen?

 

Waarom een leenstelsel?

Het voornaamste argument voor het leenstelsel (of beter gezegd: tegen de basisbeurs) is dat de overheid de studie van de zoon van de advocaat moet te betalen. Deze overheidssteun wordt verdeeld aan een rijkere groep en gefinancierd door bijvoorbeeld inkomensbelasting op de kassière en vakkenvuller, aldus voorstanders van het leenstelsel. Dit argument is in feite een directe kopie van het standpunt van Neoliberaal en Nobelprijswinnaar Milton Friedman (1912-2006). “The benefits accrue to the individual, and these individuals are mostly middle- or upper-class families. Meanwhile, the low-income class shares the tax burden.” Velen zullen het met Friedman eens zijn dat overheidsbeleid dat ongelijkheid actief vergroot onwenselijk is; maar klopt dit argument wel?

 

Vermogensongelijkheid

Wij Nederlanders zijn vaak trots op onze solidariteit getuige de forse kloof het grote verschil tussen de inkomensongelijkheid (Gini-coëfficiënt) voor- en na-belastingen en sociale zekerheid. Blijkbaar slaagt de Nederlandse overheid er in om inkomensverschillen te onderdrukken. Echter, dergelijke statistieken zijn bedrieglijk.

Nederland heeft de hoogste vermogensongelijkheid in de wereld. Vermogen is de netto waarde van al je bezittingen (een voorraad variabele), terwijl inkomen de bruto positieve verandering is van de bezittingen binnen een tijdsperiode (een jaar). Vele vooraanstaand economen zoals Joseph Stiglitz, Thomas Pikkety, en Amartya Sen stellen dat vermogen veel belangrijker is voor ons welzijn dan inkomen. In Nederland, nota bene het ongelijkste land ter wereld, neemt vermogensongelijkheid neemt decennialang toe. Dit betekent dus dat het overheidsbeleid er niet in slaagt om de verschillen tussen arm (onvermogend) en rijk (vermogend) daadwerkelijk te overbruggen.

 

Een schaduwkant van het leenstelsel

Ondanks dat het leenstel probeert om studiefinanciering eerlijker te maken, zijn de eerste signalen dat het onbedoeld vermogensongelijkheid vergroot. Een studielening blijkt een gigantisch obstakel voor jongeren om te beginnen aan vermogensgroei. Neem mijzelf als voorbeeld. Vanwege mijn oorspronkelijke studielening krijg ik geen hypotheek. De bank is enkel geïnteresseerd in het oorspronkelijke bedrag van mijn studielening – deze is vrij hoog – en niet onder de indruk dat ik razendsnel aflos. Een meervoud van mijn oorspronkelijke lening wordt afgetrokken van het maximaal te lenen bedrag. Het dichtstbijzijnde huis dat ik kan kopen staat over de grens bij onze zuiderburen, allé!

Ondanks een huur van €1000 per maand acht de bank het een groot risico dat een universitair docent een maandelijkse hypotheekbetaling van €600 niet kan opbrengen. Hierdoor bouw ik €1000 per maand minder aan vermogen op, omdat ik niet uit een welvarend gezin kom. Anderzijds, de zoon van de advocaat hoeft meestal niet te lenen en kan rap beginnen met vermogensgroei. Om deze en nog vele andere redenen (welke we bespreken tijdens Economic Policy and Public Finance, blok 4 – schaamteloze zelfpromotie) blijkt het solidair-bedoelde-beleid onsolidair en zien we waarom Milton Friedman geen gelijk heeft.

 

Belofte maakt schuld

In 2015 beloofde het kabinet de forse besparing (ongeveer 1 miljard euro per jaar) direct in de kwaliteit van onderwijs te investeren. De beloofde kwaliteitsslag door de kapitaalinjectie is in het meest optimistische geval ondermaats te noemen. Werkgroepen worden groter en de werkdruk voor jouw docenten is al jaren extreem hoog en stijgende. Gelukkig komen politieke partijen in opstand tegen het leenstelsel – en dat vlak voor de aanstaande Tweede Kamerverkiezingen van 17 maart 2021 (toevallig zeg!).

Het is daarom aan jou als kiezer om je stem te laten horen. In a nutshell stelt de Public Choice literatuur dat de rationele politicus vecht voor de groepen mensen die de meeste stemkracht vertegenwoordigen. Jonge stemmers (tot 34 jaar) zijn helaas het slechtst vertegenwoordigd. Ondanks dat wij een significant deel van het electoraat vormen, zijn wij ondervertegenwoordigd in het politieke discours. Ouderen (55+) stemmen vaker en zijn beter vertegenwoordigd. Gebrek aan politieke betrokkenheid en gebrek aan vertegenwoordiging is als een kip en een ei: als jij je niet vertegenwoordigd voelt is dat waarschijnlijk omdat mensen zoals jij minder vaak stemmen! Daarom riep ik onlangs studenten op om massaal te gaan stemmen.

In het kader van het leenstelsel kun je de partijprogramma’s bestuderen: welke partij is voor afschaffing van het leenstelsel, en welke partij voor een kwijtschelding van studieschulden? Maar pas op; het stemgedrag van politici komt niet altijd overeen met hun plannen. Ook voor politici geldt; stated preferences are not revealed preferences.

 

Woord van dank

Eénmaal per maand wordt er een artikel gepubliceerd dat is geschreven door één van onze docenten economie van de Radboud Universiteit. We waarderen de bijdrage van de afdeling enorm. Deze maand danken we Charan van Krevel, docent/onderzoeker in Economische Theorie en Economisch beleid, voor zijn artikel over het leenstelsel en zijn valkuilen.