Innovatie in Corona-tijd: Not business as usual

Joris knoben 3 redactie

Click here for English

Half maart gaf ik een college aan een groepje Master-studenten over innovatiebeleid. We hadden het, onder andere, over ‘frugal’ innovatie en hoe dit type innovatie vaak gedreven wordt door tegenslag en een gebrek aan middelen. Meestal wordt dit onderwerp bestudeerd in ontwikkelingslanden en mede daarom vonden sommige studenten het een ver-van-mijn-bed onderwerp. Bij innovatie dachten ze meer aan hightech, coole gadgets en tech-giganten zoals Apple, Amazon of Tesla. Andere studenten waren juist gefascineerd door deze andere kijk op innovatie. Later die week zou er een gastdocent komen die net een groot onderzoek naar dit type innovatie had afgerond. Hij zou enkele weken later op dit onderzoek gaan promoveren. Met de nadruk op zou…

We zijn twee maanden en ontelbaar veel virtual classrooms, digitale tentamens, Zoom-vergaderingen en telefoontjes verder. En niets is gegaan zoals verwacht. Voor zowel docenten als studenten is de wereld in een paar dagen tijd compleet veranderd. Alles moest online onder enorme tijdsdruk en zonder goede voorbereiding. Het was, en is, voor iedereen improviseren.

Hoe ingrijpend deze veranderingen ook zijn, ze vallen in het niet bij de disruptie waarmee veel bedrijven geconfronteerd worden. Sommige bedrijven zijn gedwongen gesloten, anderen hebben nauwelijks nog klanten of krijgen geen leveringen meer omdat grenzen gesloten zijn. Al snel kondigden nationale en regionale overheden ongekende stimulerings- en reddings-pakketten aan. Waar eerst nog de hoop bestond dat we de maatschappij tijdelijk even op pauze konden zetten om daarna de draad weer op te pakken, dringt steeds meer het besef toe dat we onze samenleving en economie voor langere tijd drastisch moeten aanpassen. Voor veel bedrijven staat het hele businessmodel waarop ze gebaseerd zijn voor langere tijd op losse schroeven.

Ondanks alle misère kwamen er ook al snel veel voorbeelden in de media van bedrijven die zich enorm snel weten aan te passen. Ineens bleek het concept ‘frugal’ innovatie ook hier zeer relevant. Er werd geïmproviseerd om allerlei tekorten op te vangen. Tekort aan beademingsapparaten? Studenten van de TUe wisten er van simpele componenten een te bouwen. Zelfs snorkelmaskers van de Decathlon bleken bruikbaar te zijn voor de beademing van patiënten. Mondkapjes werden gemaakt van verpakkingsmateriaal van steriele hulpmiddelen, enzovoort.

Sommige bedrijven die hun markt (gedeeltelijk) zagen instorten wisten snel andere markten aan te boren. Fabrikanten van sterke drank gingen (ook) handalcohol maken, en fabrikanten van beddengoed sprongen op de markt voor mondkapjes. Via via kwam ik in contact met een fabrikant van ‘customized’ whiteboards voor kantoren. Daar is ineens geen vraag meer naar, maar de machines bleken ook bruikbaar om plexiglas in allerlei vormen en maten te snijden. En laat daar nou ineens een enorme markt voor zijn.

Ik ben zeker niet van de school die in deze crisis een enorme kans ziet. De situatie is dramatisch voor veel bedrijven en er wordt geschat dat Nederland een verborgen werkloosheid heeft van 20% of meer. De situatie doet me wel denken aan de gevleugelde uitspraak “er is niets zo praktisch als een goede theorie”. De inzichten en theorieën over ‘frugal’ innovatie blijken ineens ook van toepassing in een context waarin ik niet gedacht had ze snel terug te zien. Ze helpen me de wereld om me heen nog een beetje te begrijpen en ze geven me nieuwe onderzoeksideeën. Want zeker niet alle bedrijven weten de benodigde snelle omschakeling te maken. Maar welke bedrijven lukt dit wel en welke niet, en waarom? Ligt dat een de situatie waarin ze de crisis ingingen (met genoeg vet op de botten) of hangt het veel meer af van wat ze tijden zo’n crisis doen? Het eerlijke antwoord; we weten het niet.

Met collega’s van de Erasmus Universiteit en de Vrij Universiteit werken we nu aan een onderzoeksvoorstel over dit onderwerp. Dit voorstel willen we indienen voor een zogenaamde COVID-19 subsidie bij NWO. En net zoals iedereen is het ook voor ons improviseren. Want te midden van alle hectiek is de deadline voor deze subsidieaanvraag erg krap. NWO-improviseert met deze subsidies en wij improviseren met onze aanvraag. Iedereen doet wat hij of zij kan met beperkte tijd en middelen, we zijn dus allemaal bezig met ‘frugal’ innovatie. En zo ben ik ineens bezig met een onderwerp waar ik normaals les over geef. Dus toch nog een beetje ‘business as usual’.

Door: Joris Knoben