Loongroei voorspeld!

Deze week was er tussen al het voetbalgeweld door weer eens goed nieuws voor de werkende Nederlander, dat wellicht de pijn van het niet meedoen op het WK kan verzachten. De werkende Nederlander gaat er namelijk op vooruit, zo voorspelt de Nederlandsche Bank, en niet een beetje ook. In de meest recente economische prognose van de DNB voorspelt voor het huidige jaar een gemiddelde loonstijging van 1,9 procent, en dit zal alleen maar meer worden in 2019 en 2020: respectievelijk 3,5 en 4 procent.

Na jaren van matige inkomensgroei lijkt de werkende Nederlander er dus flink op vooruit te gaan de komende periode. In de afgelopen 15 jaar bleef de gemiddelde inkomensgroei van huishoudens namelijk achter met een magere 0,3 procent op jaarbasis. De reden voor de voorspelde groei is simpel: de wereldeconomie zit in een opwaartse beweging en Nederland, als handelsland pur sang, profiteert uiteraard. Sinds het begin van de financiële crisis in 2008 en de daaropvolgende eurocrisis is de economie uiteindelijk dus weer aangetrokken, en als gevolg van krapte op de arbeidsmarkt is het eindelijk tijd dat de werknemer meeprofiteert in de vorm van hogere lonen. Ter illustratie van de huidige arbeidsmarkt: in 2014 waren er nog 7 werknemers per vacature, onderhand is dit aantal gedaald naar minder dan twee. Behalve hogere lonen leidt de huidige krappe arbeidsmarkt tot andere voordelen voor werknemers. Door de run op gekwalificeerd personeel zijn werkgevers tot meer bereid dan in onzekere tijden. In plaats van flexwerken worden vaste contracten uitgedeeld, hetgeen indirect ook tot loonstijgingen leidt, zij het op de middellange termijn. Er zit immers vaak een positief verband tussen dienstjaren bij een bedrijf en het bedrag dat op de loonstrook staat elke maand.

Er zijn echter ook keerzijden aan de loonstijgingen op de langere termijn. Stijgende lonen betekent namelijk kosteninflatie aan de kant van werkgevers, die als gevolg van hogere lonen een hogere prijs zullen moeten vaststellen. Deze hogere prijzen zullen de concurrentiepositie van Nederland verslechteren en daarmee dus de economische groei belemmeren. Nederland heeft ruim handelsoverschot van tientallen miljarden euro’s dus wat dat betreft is er nog wat speling, maar een te grote loonstijging zou voor de Nederlandse economie nog wel eens ongunstig kunnen uitpakken.

We zijn echter niet alleen op de wereld en het spreekwoord ‘de een zijn dood is de ander zijn brood’ komt ergens vandaan. Nederland is in de huidige situatie erg concurrerend, wellicht zelfs té concurrerend. Fikse loonstijgingen in Nederland zou namelijk nog wel eens positief kunnen worden ontvangen in Zuid-Europa, aangezien ons handelsoverschot al jaren hun import is en zij de concurrentie met Nederland en Duitsland al jaren niet aankunnen, met forse bezuinigingen als gevolg. Loonstijgingen en duurdere producten uit Nederland zouden onze Zuid-Europese vrienden wat dat betreft wel een duwtje in de rug kunnen geven, daar devalueren voor hun export geen optie meer is. Stijgende lonen in Nederland zouden dus niet alleen lekker zijn voor de werkende Nederlander, maar op termijn ook kunnen bijdragen aan de economische balans binnen Europa. Laat dat geld maar rollen dus!

Door: Niek de Haan