Overmoed op de financiële markten?

esvisie

Click here for English

Vorige week maandag bracht De Nederlandsche Bank haar prognose uit voor 2020, waarin ze verwachten dat het jaarlijks Nederlands Bruto Binnenlands Product zal krimpen met 6.4 procent. Dit scenario veronderstelt dat het coronavirus gecontroleerd onder ons blijft in het tweede kwartaal en er een vaccin beschikbaar komt in 2021. De optimistische aannames onder deze voorspelling schetsen al een negatiever scenario dan de prognose die het Centraal Plan Bureau uitbracht in april. Toen het verslag van de DNB uitkwam, flirtte de AEX index alweer met de 570 punten, enkel 10 procent onder haar oude piek die behaald werd midden februari. De Amerikaanse technologie geconcentreerde Nasdaq index wist zelfs haar oude hoogtepunt van begin dit jaar te overtreffen.

Het lijkt er daarom op dat er een toenemend gat ontstaat tussen de verwachtingen van financiële markten en de uitkomsten van macro-economische modellen. Waar deze modellen een steeds minder rooskleurig beeld schetsen, convergeren aandelenkoersen terug naar hun oude opwaartse trend. Waar deze hoge waarderingen deels de hoge mate van vertrouwen van investeerders reflecteert, lijken ook de vele stimulus pakketten bij te dragen. Wereldwijd zou de totale waarde van deze pakketten de 12.000 miljard US dollar kunnen overtreffen.

Ook centrale banken breiden hun opkoopprogramma’s van bedrijfs- en staatsleningen uit. Deze programma’s hebben als gevolg dat rentestanden de bodem raken of zelfs in negatief gebied komen. Commerciële banken rekenen deze negatieve rentestanden weer door aan hun cliënten. Waar deze programma’s goedkoop krediet verschaffen aan bedrijven en overheden, zodat het risico op faillissement wordt verkleint, snijden ze tegelijk ook in de al lage inkomens van beleggers in obligaties en andere vormen van schuld. Deze lage opbrengsten drijven investeerders daarom naar de aandelenmarkt of vastgoed sector. Dit is ook een van de redenen waarom de DNB verwacht dat huizenprijzen grotendeels onaangetast blijven door de coronarecessie.

Naast dat deze effecten die beleggen in aandelen weer relatief interessant maken, lijkt het investeerdersvertrouwen ook gespaard te blijven. Waar consumenten- en productenvertrouwen beide het dieptepunten bereiken sinds de eerste metingen in 1986, zakt investeerdersvertrouwen enkel naar het laagste punt in de afgelopen vier jaar.

Waar de mogelijkheid van een tweede golf erg realistisch is, hebben we de eerste nog niet eens achter de rug. Waar in het Westen de cijfers laten zien dat de verspreiding van het virus langzaam uitdooft, lijkt de pandemie in andere delen van de wereld, zoals Zuid-Amerika of India, nog in een opkomende fase te zitten. Doordat de economische gevolgen, veroorzaakt door de pandemie, haar gelijkenis niet kent in recente geschiedenis, is het verloop hiervan is meer vatbaar voor speculatie dan econometrische modellen. De markt lijkt haar speculatieve positie hierin genomen te hebben en het lijkt een optimistische.

Door: Joris Hoefnagel