Rutte onder druk

Rutte onder druk

Al een ruime tijd gaat het idee om de dividendbelasting af te schaffen rond in de Tweede Kamer. In z’n totaal komt een afschaffing van de dividendbelasting neer op een verlaging van de inkomsten van de overheid van zo’n 1.4 miljard. Voor belastingbetalers in Nederland is het mogelijk geweest om deze dividendbelasting bij de aangifte inkomsten- of vennootschapsbelasting terug te krijgen. Het punt waar nu veel kritiek op komt heeft vooral betrekking op de buitenlandse investeerders / beleggers / fondsen die in Nederlandse bedrijven investeren. Deze betaalden tot dusver de al eerder genoemde 1.4 miljard aan belasting waar nu dus een plan van afschaffing voor is.

Het idee achter het afschaffen van de dividendbelasting is aan de ene kant logisch te noemen. De buitenlandse investeerders zullen geen belasting meer hoeven te betalen over het dividend. Hierdoor wordt het voor hen interessanter (en dus natuurlijk financieel voordeliger) om in Nederlandse bedrijven te gaan investeren. Rutte III heeft dit aantrekkelijker maken van Nederland om te investeren als hoofdreden voor de maatregel aangevoerd. Hiernaast zorgt het voor de Nederlandse bedrijven voor een hoop gedoe met betrekking tot de administratie van deze belasting.

Waar Rutte III het plan om de dividendbelasting af te schaffen precies vandaan haalt is niet helemaal duidelijk. Omringende landen hebben vrijwel allemaal een hoger percentage dividendbelasting. Nederland is ten opzichte van bijvoorbeeld Duitsland (25%), België (30%) en Frankrijk (ook 30%) dus voorheen ook al aantrekkelijker geweest om in te investeren.

Het afschaffen van de dividendbelasting is echter niet wat zorgt voor de laatste (huidige) ophef. Rutte III heeft in eerste instantie ontkent dat er memo’s zijn geweest die betrekking hebben gehad op de voor- en nadelen van de afschaffing. Uiteindelijk is er via een Wob-verzoek toch in de openbaarheid gekomen dat deze memo’s er zijn geweest. Vooral twee memo’s die opgesteld zijn in opdracht van Eric Wiebes (minister van Economische Zaken) zorgen voor de grootste ophef. Wiebes heeft onder andere met de topman van Unilever een gesprek gehad over de afschaffing. In een van de memo’s stond dat het besluit van het kabinet een doorslaggevende rol heeft gespeeld in het verplaatsen van het hoofdkantoor van Unilever naar Nederland.

In het debat van gisteren (26/04/2018) heeft Rutte, die dus blijkbaar heeft geweten van deze stukken, antwoord moeten geven op vragen van de oppositie. PvdA voorzitten Asscher heeft het van te voren al gehad over een motie van wantrouwen. Het probleem ligt volgens onder andere de PvdA, maar ook GroenLinks en de SP niet zozeer bij het feit dat Wiebes de eerdergenoemde gesprekken heeft gehad, maar zij richten hun pijlen volledig op Rutte. Rutte is ook degene die uitleg heeft moeten doen, de aanwezigheid van Wiebes bij het debat is niet door de oppositie verplicht gesteld. Uiteindelijk is door Jesse Klaver, in naam van vrijwel de gehele oppositie een motie van afkeuring tegen Rutte ingediend. Deze werd echter na een stemming, zoals verwacht, verworpen en hiermee is Rutte uiteindelijk vrij redelijk door het debat heen gekomen.

Door: Mark de Vaan