Stapt Christine Lagarde als opvolger van Draghi een super-instituut of een bouwval binnen?

opvolger van Draghi esvisie

Click here for English

1 November wordt een memorabele dag voor de Europese Monetaire Unie (EMU). De huidige president van de Europese Centrale Bank (ECB), Mario Draghi, zal namelijk na een termijn van 8 jaar opgevolgd worden door Christine Lagarde. Zo’n wisseling zou in een kleine 21 jaar pas de derde zijn in de geschiedenis van de Euro en drukt in de komende jaren ongetwijfeld een grote stempel op de Europese economie.

Lagarde, oud-voorzitster van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en daarvoor minister van financiën van Frankrijk ten hoogtijden van de vorige crisis, lijkt voor Europa een bekwaam kandidaat om Draghi op te volgen. Daarnaast geniet de ECB veel aanzien, het voert namelijk direct monetair beleid over de derde economie ter wereld (in BBP gecorrigeerd voor PPP) (ECB I). Van het IMF naar de ECB lijkt in dat opzicht een prachtige carrièrestap voor Lagarde.

Maar dit eens zo machtig instituut wankelt op haar fundamenten. Waar in de nasleep van de financiële crisis de agressieve interventies onder het regime van Draghi altijd al tot de nodige commotie leidde, gaf de ‘gouverning council’ toch vaak de indruk eenduidig achter deze besluiten te staan.

Hoe anders was dit omrent het laatste stimuleringspakket dat 12 september naar buiten kwam. De deposit rate wordt verder verlaagd van -0.4 naar -0.5% en de ECB zal voor 20 miljard per maand aan staats(obligaties) accumuleren. Draghi verwacht dat deze maatregel de tot nu toe magere inflatie in Europa (0.8%) zal aanwakkeren. Met name in het zuiden waar de inflatie bijna 0% was, moet dit gaan resulteren in economische groei (ECB II).

Dit laatste pakket stuitte op enorm veel weerstand binnen de ECB, waarna één op de drie binnen het ‘gouvering council’ tegen het stimuleringspakket stemde. De schijn van eenstemmigheid naar buiten lijkt dan ook openlijk te barsten wanneer veel gouverneurs van nationale banken openlijk kritiek uitten. Zo ook onze eigen Klaas Knot noemde de maatregelen ‘disproportioneel tegenover de huidige economische situatie’. Voormalige ECB-economen Otmar Issing en Juergen Stark publiceerden een open brief waarin ze stelden dat de ECB haar mandaat (inflatie-targeting) te buiten gaat door overheden te subsidiëren met negatieve rente. Het beleid zou volgens hen vooral negatieve neveneffecten hebben, zoals het verstoren van financiële stabiliteit door met name bubbelvorming. Zelfs Draghi’s landgenoot en van oudsher trouwe bondgenoot gouverneur Ignazio Visco (Italië) is erg kritisch over de risk/reward ratio van dit beleid (Wall Street Journal).

De ECB bezit op het moment dan ook een balans ter grootte van 40% van het BBP van de Eurozone. Dit is twee keer zoveel als de balans van de Federal Reserve t.o.v het Amerikaanse BBP! Onder Draghi’s ingevoerde plannen zal de balans in de toekomst dus enkel toenemen, duidelijk niet tot vreugde van ieder binnen de ECB. Lagarde betreedt een erg lastige functie waarin ze een positie in zal moeten nemen tegenover het beleid van haar voorganger zonder andersdenkenden in oproer te brengen. Oftewel aan haar de taak om de brokstukken te ruimen en de ECB te herbouwen tot in zijn oude staat van glorie.

Door: Joris Hoefnagel